Heldenskin voor de Schildwacht

De vrome ridder bracht een offer voor de vrede en om zijn volk te beschermen. Met een heilig ritueel verbond hij zijn lot aan een wyvern en dronk hij zijn bloed in de Kelk van Onsterfelijkheid. Zolang de ridder in leven bleef, bleef het krachtige wezen dat ook. Ze zwoeren om samen de legendarische citadel van Wyverndal te beschermen.

Toen de Eerste Schildwacht het bloed van de wyvern dronk, werd hij gezegend met enorme krachten, maar verloor hij ook een deel van zichzelf. Hij verloor zijn menselijkheid, de mogelijkheid om pijn te voelen voor zichzelf en voor anderen. Daarom hangen de Schildwachten en Oorlogszuchtigen van nu andere interpretaties van datzelfde verhaal aan. Volgens hen was Ramiels offer een symbolisch verhaal dat hun geloof aandrijft.

De val van Wyverndale

Deel I.

Dit had een speciale dag moeten worden. De zon kwam op in het oosten en trakteerde Wyverndal op het gouden licht waar de bevolking aan gewend was geraakt. Terwijl de meeste mensen in de stad nog sliepen, was Heer Ramiel klaarwakker in zijn hoge toren. Hij staarde zoals altijd naar de horizon, constant zoekend naar gevaren voor de vrede waar hij en zijn bondgenoten zo lang voor hadden gewerkt. Hij zag niets, behalve de gebruikelijke aanwijzingen voor weer een stille dag. De herfstwind was koud op precies de juiste manier en de rode bladeren van de bomen vingen het zonlicht op, als een gordijn van droge vlammen waardoor de citadel nog levendiger leek dan in andere seizoenen.

De meeste Wyverns sliepen nog in de bergen, maar er waren al een paar te zien aan de horizon. Als vleermuizen flapperden ze met hun vleugels, jagend op een stevig ontbijt. De Grote Wyvern was al een paar dagen niet gezien, maar dat was niet uitzonderlijk voor dit machtige beest. Het was de laatste van zijn soort, onwaarschijnlijk oud en het onderwerp van vele legendes. Hij kwam alleen tevoorschijn in noodgevallen, zoals lang geleden werd afgesproken met Ramiel, de beschermer van de citadel. De Schildwacht van Wyverndal.

Vandaag had een feestdag moeten zijn, maar Heer Ramiel had geen zin om iets te vieren. Hij wist wel wat er van hem werd verwacht: hij moest afdalen uit zijn wachttoren en zich onder de mensen begeven. Dat klonk misschien niet als een enorme uitdaging, maar dat was het voor Ramiel wel. De ongemakkelijke waarheid was dat hij gewoon niets gaf om de mensen, niet zoals hij dat ooit deed. Lang geleden was hij een simpele ridder, gedreven door compassie en moed. Hij wilde een einde maken aan het lijden van zijn volk onder de wrede tiran Dhespar en zocht daarom de Grote Wyvern op. Hij sloot een pact met het eeuwenoude wezen, een rituele belofte die werd bezegeld met bloed en hem onsterfelijk maakte. Hij kreeg een onnatuurlijk lang leven, maar na al die jaren had het ritueel ook zijn empathie weggevaagd. Tegenwoordig voelde de Schildwacht nagenoeg niets meer onder zijn stevige pantser.

Hij nam de wenteltrap van zijn witte, stenen toren naar beneden en vreesde voor het sociale contact met het volk. Hij dwong zichzelf om te herinneren dat hij het allemaal voor hen deed.

Die ochtend zagen de dorpsbewoners Ramiel op het dorpsplein. Hij keek van een afstandje toe hoe zij zich voorbereidden op het feest. Dit was nou eenmaal een belangrijke dag. Het was het jubileum van Ramiels eed en de legendarische strijd die het fundament zou leggen voor wat Wyverndal nu was geworden: een baken van hoop, kracht en eenheid.

De dorpsbewoners bereidden zich vol enthousiasme voor op het banket en stelden een feestmaal samen. Ze stoften hun oude kostuums af (eentje was gemaakt om de rol van de Grote Wyvern te spelen, daar paste minstens vier mensen in) en bouwden een houten podium om Ramiels pact en zijn legendarische overwinning op Dhespar na te spelen. De viering was een jaarlijkse gebeurtenis en iedereen in de citadel deed eraan mee. De spanning was voelbaar in de lucht en zelfs de donkere wolken die zich boven de stad samenpakten, konden daar niets aan veranderen.

Maar dat veranderde toen het gerommel begon. De grond onder de voeten van het volk begon te trillen. Eerst langzaam. Maar al snel werd het erger. Er zat een onheilspellend ritme in. Een vers dat verdoemenis beloofde. De zorgen sloegen snel om in paniek. Het gerommel veranderde in heftig geschud. Losse voorwerpen vielen op de grond. In scherven. Een kleine toren brak af en stortte in. Daarna nog een. En nog een.

Het geluid van schreeuwende mensen en afbrokkelend steen was overweldigend. De dorpsbewoners renden naar hun schuilplaatsen, slechts een paar van hen zagen hoe Ramiel van het plein vertrok en naar zijn toren snelde.

Ramiel sprintte de trap op, twee treden tegelijk. Het zware pantser dat hij nooit uittrok rammelde luid bij elk van zijn sprongen. Uiteindelijk kwam hij uit bij zijn wachtpost.

Ja, door zijn connectie met de Grote Wyvern was er niet veel meer dat Ramiel, de Schildwacht van Wyverndal, kon voelen. Maar die dag, toen hij bij de top van zijn witte fort aankwam en naar de horizon keek, voelde hij iets dat hij al lang niet meer had gevoeld: angst.

Deel II.

Heer Ramiel staarde vol ongeloof naar de horizon. Een paar uur geleden was de lucht nog blauw en zag hij in de velden niets anders dan stille akkers vol gouden tarwe dat vredig deinsde in de herfstbries. Nu werd de lucht besmeurd door een etterende duisternis die hem kippenvel bezorgde, en werd het land overspoeld door een leger dat zijn weerga niet kende.

Daar, net buiten Wyverndal, stond een leger dat zich klaarmaakte voor een invasie. De krijgers waren van top tot teen in zwart pantser gehuld, maar glinsterden toch als obsidiaan in de paar zonnestralen die zich door de donkere wolken wurmden. Ze zwaaiden met donkere vlaggen met symbolen die de Schildwacht niet herkende, ze hadden oorlogsmachines bij zich en stevige katapulten die door tientallen krijgers werden geduwd, soms zelfs vanaf beangstigende paarden. Zonder waarschuwing en met pure kwaadaardigheid in hun ogen, ontketenden ze hun vurige arsenaal al op de stad. Maar wat hem misschien wel het meeste zorgen baarde, waren de reuzen die hij tussen het leger zag, gekleed in dikke pantsers en zwart leer. Bij elke afgestemde klap van de reuzen trilde de grond en stortten stenen gebouwen in elkaar. Ramiel kende de reuzen alleen uit verhalen. Eerlijk gezegd dacht hij dat het maar sprookjes waren, bedoeld om jonge kinderen te laten schrikken. Maar hier waren ze, zo echt als maar kon. En hij was nu degene die ervan schrok.

Het was alsof dit leger uit het niets was verschenen. Misschien was het duistere magie of een ingreep van de goden, maar het maakte eigenlijk niet uit hoe dit zo kon zijn. Het enige dat uitmaakte, was de veiligheid van de stad. Ramiel slikte zijn angst weg, een kort moment dat hij weg liet voeren door de aantrekkende wind, en greep naar de Ashoorn.

Iedereen in Wyverndal kon het bulderende geluid van dit magische instrument horen. Terwijl de dorpsbewoners renden, schreeuwden, wanhoopten en brandend puin ontweken, hoorden ze het oorverdovende gebrom. Sommigen hadden het al eerder gehoord. Maar voor de jongeren, die nog nooit een oorlog hadden meegemaakt, was dit de eerste keer dat zij de Ashoorn hoorden. En ze voelden het diep in hun botten.

Voor de meeste mensen betekende deze waarschuwing dat ze een schuilplaats moesten zoeken. Maar voor de krijgers van de citadel - Ramiels legioen - was het tijd om de wapens op te pakken. Helden van de ridders, samoerai, Vikingen en Wu Lin moesten zich klaarmaken voor een gevecht. Maar toen ze de reuzen zagen, bleven ze verstokt staan. De angst die Ramiel voelde, werd door zijn hele legioen gedeeld. Plotseling wisten ze niet meer zo zeker of ze deze strijd wel konden winnen. Sommigen deden een paar stappen naar achteren, onzeker over hun lot. Anderen sloegen op de vlucht, het gevolg van pure instincten.

Ramiel was al naar de hoofdpoort getrokken en stond daar, alleen, tegenover een aanstormend leger dat hij nooit zou kunnen verslaan. Even vroeg hij zich af waar zijn legioen was en waarom het zo lang duurde voordat zij zich bij hem aansloten, totdat het wrede besef indaalde dat ze misschien niet zouden komen. Woede borrelde op in zijn hart, maar dat duurde slechts een seconde. Zelfs hij wist dat vechten zinloos was.

Hij kon alleen nog maar wanhopen.

Plotseling hoorde hij gekrijs, dat tegen de bergen weerkaatste. In zijn haast en wanhoop was de Schildwacht het even vergeten, maar nu werd hij eraan herinnerd. De Grote Wyvern had zijn vraag om hulp beantwoord en hield zich altijd aan de afspraak die gemaakt werd op deze dag, lang, lang geleden. Hij kwam eraan. Een geschubde nachtmerrie.

Het geluid van naderende voetstappen werd steeds luider achter hem. Zijn krijgers hadden hun angst overwonnen. Ze wisten weer wie ze waren en waar ze voor vochten. Ieder had zich bewezen in hun eigen beproevingen, en ze waren allemaal hier. Ze stonden zingend naast hem, om aan hun eed te voldoen.

De eerste Schildwacht deed niet mee aan de oorlogsmelodie. Maar hij deed iets dat hij al jaren niet meer had gedaan: hij glimlachte. Met zijn zwaard ferm in zijn handen stormde Ramiel het slagveld op.

Voor Wyverndal. Voor hoop en eenheid. Voor eer.

Deel III.

Terwijl Heer Ramiel rende, vielen de eerste regendruppels op de gevleugelde helm van de Schildwacht, vlak voordat hij de vijand trof op het slagveld. De wolken spleten open door de bliksem, alsof ze antwoord gaven op de strijd onder zich. De twee legers gingen vol in de aanval en de lichamen stapelden zich op. De tarwevelden, ooit zo mooi goud van kleur, werden platgestampt en verdronken in bloed.

Ramiels legioen werkte in harmonie samen en combineerde verschillende vechtstijlen om hun vijanden van obsidiaan te verrassen. Al hun bewegingen bevatten de belofte van Wyverndal, een boodschap van geloof, eenheid en kennis.

De Wyverns sloten zich aan bij het gevecht en ademden dodelijke vuurstromen op het vijandelijke leger. Furieuze vlammen daalden op ze neer en druppels gingen op in stoom. Maar tijdens dat gevecht, tussen het afslachten van twee vijanden, zag Ramiel iets dat hem angst inboezemde: de glinsterend zwarte pantsers van de vijand leken de vlammen te kunnen weerstaan. Was dat een magische spreuk, of een onbekend materiaal? Hoe dan ook, hun grootste hoop om de slag te winnen ging in rook op, net als de vurige druppels die in de lucht oplosten.

Nu was de vijand aan de winnende hand. Hun antwoord was een spervuur van ijzeren spiesen, goed gemikt door hun kolossale kruisbogen. Links en rechts vielen Wyverns op de grond, om nooit meer op te stijgen. Hun doodskreten braken de harten van iedereen die moedig genoeg was om het te horen.

Met hun overweldigend aantal krijgers waren het leger van obsidiaan en hun reuzen klaar om door Ramiels bondgenootschap van verdedigers heen te breken. De Schildwacht zag hoe zijn vrienden een voor een vielen. Sommigen kende hij pas een paar maanden, anderen had hij zien opgroeien van jonge mannen tot ervaren veteranen. Het maakte geen verschil, ze stierven allemaal. Ze gingen neer, ondanks hun geloof in Wyverndal, waar het voor stond en wat het nog kon bereiken. Die droom was nu voor altijd buiten bereik.

Ramiel hield een gevallen broeder in zijn armen en zijn zicht werd vertroebeld door bloed en regen. Hij voelde het gewicht van zijn eigen falen. Pas toen de tranen over zijn wangen stroomden, besefte hij dat het ergste scenario was uitgekomen. De Schildwacht had zulke emoties niet meer gevoeld sinds de dag... sinds deze dag, vele jaren geleden. Toen hij voor het eerst dronk van het kokende bloed van de Grote Wyvern. Hoe lang was dat geleden? Hij wist het niet meer, en het maakte niet meer uit.

Zijn verdriet werd bezegeld door een doffe knal, recht achter hem. Ramiel zat op zijn knieën, draaide zich om en zag het lichaam van de Grote Wyvern. De vleugels van het beest waren kapot gescheurd en drie metalen spiesen staken uit zijn dikke huid. Hij ademde heel zwaar en Ramiel kroop op zijn knieën naar hem toe om hem te steunen. Hij legde zijn hand op de snuit van de Wyvern, een laatste daad van respect en bewondering. Zijn oude ogen werden leeg en kil, en de Grote Wyvern, de laatste in zijn soort, was niet meer. Uitgestorven. Verbannen naar herinneringen en mythes.

Vervuld door de emoties die hij zo lang geleden had opgegeven, terwijl alles waar hij zo hard en lang voor had gewerkt gevaar liep en zijn vrienden en strijdmakkers stierven op het slagveld, werd de Eerste Schildwacht overspoeld door woede. Hij bleef twee dagen vechten zonder te rusten en jaagde in zijn eentje op elk vijand in de ooit zo witte stenen stegen van de verwoeste citadel, die nu volledig rood kleurden. Hij vocht tot zijn lichaam pijn deed, tot hij niet meer kon blijven staan. Tot er niets meer was om voor te vechten.

Wat een feestdag had moeten worden, was veranderd in verwoesting. Cataclysme. Wyverndal was gevallen, en het zou nooit meer herrijzen om het zonlicht te zien. De stad liet alleen ruïnes en een naam achter.

Niemand weet wat er met de Schildwacht is gebeurd. Sommigen geloven dat hij lang geleden is gestorven. Volgens anderen dwaalt hij nog steeds rond als een geest van het verleden, vervloekt door zijn falen. Hopend, en nog steeds vol geloof, dat vrede ooit weer zal terugkeren naar Heidevenen.

Aanbevolen Content

Gevechtspas

Nieuwe bezoekers uit verre landen hebben de verloren reliekenhouder van Wyverndal onthuld. Nu zijn lang vergeten schatten weer toegankelijk voor krijgers. Uit het eeuwenoude verleden van Heidevenen worden oude wapens opgedoken, die weer glinsteren in het daglicht. Rust jezelf uit met de zwaarden van de oorspronkelijke krijgers van Heidevenen en vecht zoals de voorouders dat deden.Neem je personage mee op een reis terug naar de Gouden Eeuw, met 100 niveaus aan beloningen voor alle helden! Alleen beschikbaar tijdens For Honor Y6S1: Gouden Eeuw.

Meer info

Nieuwe held: Piraten

Na een reeks dramatische klimaatveranderingen kregen de piraten een nieuw land in zicht. Lang hadden ze gezworven over de zeeën en nu lag Heidevenen binnen handbereik. Bewapend met hun kenmerkende hartsvanger en pistool spreken de piraten maar één taal: die van geweld. Geen schip, haven of krijger is veilig voor hun agressie.

Meer informatie